Marc Vandeput
Limburgs Gedeputeerde voor Economoe, Internationale Samenwerking en Europese programma's & voorzitter van de Vlaamse Provincies

Marc Vandeput, Limburgs gedeputeerde voor economie, internationale samenwerking en Europese programma’s; voorzitter Vereniging van Vlaamse Provincies

De Vlaamse provincies zijn belangrijke spelers in verschillende economische dossiers. In samenwerking met andere overheden wordt ingezet op een langetermijnstrategie die past binnen de Vlaamse en Europese kaders, zonder de provinciale eigenheid, private partners of kennispartners te vergeten. Een overzicht met concrete voorbeelden.

De basismissie van de provincies inzake economie is het gebiedsgericht economisch beleid. Bij de invulling wordt vertrokken van verschillen tussen en binnen de provincies. Een groot deel van hun aandacht gaat naar streekgericht beleid en streekoverleg, de ondersteuning van steden en gemeenten en van het bedrijfsleven.

Het provinciaal economisch beleid, geherdefinieerd door de Vlaamse interne staatshervorming, omvat verschillende gebieden. Ze verzorgen onder meer collectieve initiatieven voor starters en ondersteunen gemeentelijk detailhandelsbeleid, ze helpen bij de ontwikkeling van nieuwe en de reconversie van bestaande bedrijventerreinen en vervullen een ondersteunende rol in de sociale-economiesector.

De Vlaamse provincies beperken zich dus niet tot één rol. Ze zijn ondersteuner en facilitator en staan op de eerste rij om innovatieve samenwerkingsmogelijkheden met universiteiten en private partners te detecteren.

Ondersteunen, detecteren, faciliteren

De Vlaamse provincies hebben doorheen de jaren een grote expertise opgebouwd met betrekking tot economische dossiers. Deze expertise ter beschikking stellen, is één van hun kerntaken. De vijf Vlaamse provincies hebben bijvoorbeeld sterke banden met de steden en gemeenten. Dit komt tot uiting in het detailhandelsbeleid, waar de provincies de rol opnemen van dienstverlener die over de verschillende gemeentegrenzen heen kijkt. In nauw overleg met gemeenten en het Vlaamse niveau zetten de provincies door middel van specifieke kaders volop in op kernversterkend beleid, overeenkomstig de ‘Winkelnota’ van de Vlaamse regering.

Ook de rol van facilitator is op het lijf van de Vlaamse provincies geschreven. Meer dan in hun ondersteuning van gemeenten gaat het hier over het trekken en stroomlijnen van processen, het helpen creëren van voorwaarden om bepaalde doelstellingen te bereiken. Bijvoorbeeld op vlak van clusterbeleid kunnen de provincies de betrokken actoren bijstaan. Ze helpen bij het opzetten van doelgerichte samenwerkingsverbanden tussen grote en kleine industriële spelers, kennisinstellingen en andere actoren. Naast het detecteren van nieuwe clustermogelijkheden zijn de provincies met hun gebiedsgerichte kennis en netwerken uitgelezen partners in het faciliteren en het verder uitbouwen van bestaande clusters. De aanwezige wisselwerking tussen publieke-, private- en kennisspelers zorgt bovendien voor heel wat ideeën rond innovatieve en toekomstgerichte technologieën. Zowel in binnenlandse als buitenlandse dossiers erkennen de provincies de meerwaarde van dit triple helix model, waarin publieke en private actoren en kennisinstellingen samenwerken. Hiernaast werken alle Vlaamse provincies in nog meer verschillende projecten, onderzoeken en partnerschappen nauw samen met universiteiten en hogescholen.

 

Op vlak van internationale samenwerking, ook buiten EU-kaders, vervullen de provincies gelijkaardige rollen. Een voorbeeld hiervan is de ‘Technologische Topregio Eindhoven-Leuven-Aken’. De provincies Limburg en Vlaams-Brabant dragen bij aan een goede uitbouw van dit netwerk van relevante economische actoren én aan de realisatie van voor de regio belangrijke projecten.

Samen toekomst maken

In een gelaagde bestuurscontext, met Europese beleidsdoelstellingen aanwezig in alle lagen, is samenwerking niet vanzelfsprekend. De uitdagingen op het pad naar een duurzame economische toekomst dwingen publieke actoren, private actoren en kennisinstellingen om elkaar te blijven ontmoeten. Beroep doen op elkaars kennis en wil tot samenwerking is hierbij de beste manier om de noden van de burgers om te zetten in goed beleid en duurzame resultaten.