Kit Van Gestel, PPS-adviseur Vlaams Kenniscentrum PPS

We schreven in de vorige editie van deze bijlage dat de verwachting leefde dat het stof hierrond in de loop van 2016 zou neerdalen en de contouren (ESR2010) waarbinnen PPS in de toekomst zou kunnen worden vormgegeven en opgestart duidelijk zouden worden.

Deze verwachting werd ingelost met de publicatie van de ‘Guide on Statistical Treatment of PPPs’, een werkstuk van Eurostat en EPEC dat op 29 september 2016 werd gepubliceerd. Het is een heel overzichtelijke en verhelderende handleiding geworden die het voor aanbestedende overheden en private partners mogelijk maakt om de regels van Eurostat correct toe te passen bij het opstellen van een DBFM-overeenkomst.

Nieuw elan

Naast de verduidelijking rond de ESR2010-classificatie van PPS-projecten beschikt Vlaanderen sinds kort zelf ook over een positief INR/Eurostat-advies onder de nieuwe richtlijnen, wat een nieuw elan zal geven aan PPS in Vlaanderen. Met de recente oprichting van De Werkvennootschap beschikt Vlaanderen nu over een operationele entiteit die zal instaan voor de realisatie van mobiliteitsoplossingen en die de expertise heeft om gebruik te maken van PPS.  Daarnaast staat ook een nieuw PPS-programma voor schoolinfrastructuur in de stijgers.

Meer publieke investeringen

De roep om meer publieke investeringen is er in de loop van het jaar immers niet minder op geworden. Een studie uit 2016 van de Nationale Bank van België onderstreepte daarbij nogmaals het groeibevorderende effect van bijkomende investeringsimpulsen. Met de oprichting van de commissie Alternatieve Financiering van Overheidsinvesteringen wil ook het Vlaams Parlement een significante bijdrage leveren, zodat Vlaanderen zijn publiek investeringspeil significant kan verhogen.

PPS blijft hierbij een belangrijk instrument om nieuwe publieke investeringen te realiseren. Echter moeten er steeds inhoudelijke argumenten zijn om voor een PPS-oplossing te kiezen. Zo stelt de SERV in een recent rapport ook dat waar PPS zinvol en mogelijk is dergelijke ‘slimme investeringen’ conform ESR2010 de voorkeur genieten.

Met de nieuwe Eurostat-richtlijnen is er nu een stabiel kader om publieke investeringen eenvoudiger in de overheidsbegroting in te passen

Investeringskalender

In ieder geval is het belangrijk voor de komende jaren dat een stabiele en overzichtelijke investeringskalender kan worden opgesteld. Op die manier kan structureel verdergebouwd worden aan een Vlaanderen van de toekomst en kunnen alle betrokken partijen zich organiseren om hieraan mee te helpen.

Daarnaast blijft het noodzakelijk dat - naast de juiste projecten - ook gekozen wordt voor  de meest geschikte uitvoeringsvorm om tot een zo hoog mogelijke meerwaarde te komen. Het Vlaams Kenniscentrum PPS ontwikkelde daarvoor in 2016 een nieuw afwegingsinstrument dat moet helpen om, op basis van projectkenmerken, een geschikte uitvoeringsvorm te detecteren.

Stabiel kader

PPS lijkt een blijver. Met de nieuwe Eurostat-richtlijnen bestaat voor PPS nu een stabiel kader om publieke investeringen eenvoudiger in de overheidsbegroting in te passen. Dat neemt niet weg dat we er ook in de toekomst over moeten blijven waken dat het PPS-instrument op een correcte manier wordt ingezet. Dat wil niet alleen zeggen dat er enkel voor PPS gekozen mag worden wanneer er duidelijke en objectieve argumenten voor zijn, maar ook dat de overheid zich verder professioneel moet blijven organiseren om zich als een betrouwbare en sterke partner aan de markt aan te bieden.

Met de recente ontwikkelingen in het achterhoofd wordt 2017 ongetwijfeld een boeiend jaar op het gebied van PPS.